De gevangenis van Robbeneiland: achter deze muren zaten de mannen die later Zuid-Afrika zouden leiden
In het kort
De gevangenis van Robbeneiland is de zwaarbeveiligde gevangenis waar het apartheidsregime van Zuid-Afrika van de jaren zestig tot mei 1991 zijn politieke gevangenen opsloot. Nelson Mandela zat er 18 jaar. De gevangenen bouwden haar zelf, met steen uit de groeven van het eiland. Sinds 1996 is ze definitief gesloten, en je komt er alleen nog in met de rondleiding van het Robben Island Museum. Die eindigt bij de cel van Mandela; je boekt de tour via Tiqets.
Wat was de gevangenis van Robbeneiland?
De gevangenis van Robbeneiland is de Maximum Security Prison, de zwaarbeveiligde gevangenis op een vlak eiland in de Tafelbaai, zo'n 11 km van Kaapstad. Van de jaren zestig tot 1991 stuurde het apartheidsregime zijn gevaarlijkste tegenstanders hierheen: leiders en leden van de bevrijdingsbewegingen, van het ANC en het Pan Africanist Congress (PAC) tot de Black Consciousness Movement en de Namibische SWAPO.
Op 24 maart 1961 nam het gevangeniswezen het eiland over van het leger, en na drie decennia zonder gevangenen werd Robbeneiland weer een gevangeniseiland. De staat bouwde er meteen twee gevangenissen: een zwaarbeveiligde voor politieke gevangenen en een lichter beveiligde voor gewone gedetineerden. Wie het nu over "de gevangenis van Robbeneiland" heeft, bedoelt bijna altijd de eerste, de gevangenis waar je met de rondleiding van het museum doorheen loopt. De online tentoonstelling van het museum over de rondleiding door de gevangenis houdt het op meer dan 3.000 politieke gevangenen.
De gevangenis moest mensen van de wereld afsnijden, en dat begon al bij Jetty 1 in de haven van Kaapstad. In de eerste jaren werden gevangenen daar aan de banken vastgeketend terwijl ze op de boot wachtten, omdat de zinken loods geen veilige cellen had. Kaapstad en de Tafelberg liggen aan de overkant van de baai, binnen gezichtsafstand, maar bij de haven van het eiland bouwden de gevangenen zelf een hoge muur die juist dat uitzicht wegneemt. Ernaast staan nog de gebouwen uit de jaren zestig waar familie en advocaten hun schaarse bezoeken aflegden.

De poort van de gevangenis met het oude bord: We serve with pride
Robbeneiland voor 1961: drie eeuwen verbanning
De apartheidsgevangenis is maar het laatste hoofdstuk. Al ruim drie eeuwen eerder werden er mensen op het eiland vastgehouden, en het museum vertelt die hele periode als één verhaal van verbanning.
De eerste dwangarbeiders en de eerste politieke gevangenen
De eerste gevangenen op het eiland waren in 1615 tien Engelse veroordeelden, volgens de pagina van het Robben Island Museum over de eerste gevangenen van 1615 tot 1657. In 1657 moesten slaven en bannelingen er de witte steen van het eiland hakken, en in mei van dat jaar werd een slavin die Eva heette, naar verluidt afkomstig van Madagaskar, de eerste vrouw die er gevangen zat.
Op 10 juli 1658 zetten de Nederlanders Autshumato, leider van de Khoikhoi-groep die bekendstond als de Strandlopers, samen met twee metgezellen, Jan Cou en Boubo, op het eiland af. Het museum noemt hen de eerste politieke gevangenen van Robbeneiland. Autshumato was de tussenpersoon geweest tussen de nederzetting van Jan van Riebeeck en de Khoikhoi; volgens het museum werd hij naar het eiland gestuurd om onrust tussen beide kampen te voorkomen.
Bannelingen uit de Oost en de Xhosa-leider Makhanda
In 1744 kwamen de eerste islamitische geestelijken, veroordeeld door de rechtbanken van Batavia in Nederlands-Indië. De Moturu Kramat, het heiligdom met de groene koepel vlak bij de gevangenis, herinnert aan nog een islamitische banneling: Sayed Abdurahman Moturu, de prins van Madura, die in 1754 op het eiland stierf.
In 1819 liet de Britse gouverneur Lord Charles Somerset de Xhosa-leider Makhanda, ook Makana of Nxele genoemd, naar Robbeneiland overbrengen. Na nog geen jaar probeerde hij te ontsnappen; daarbij is hij vermoedelijk verdronken.
Lepra, oorlog en de leegte van 1931 tot 1960
Vanaf 1845 nam het eiland ook mensen met lepra op, armen en psychiatrische patiënten. De leprakolonie sloot in 1931. In de Tweede Wereldoorlog kwam er geschut te staan ter verdediging van Kaapstad. Tussen 1931 en 1960 zat er niemand gevangen, de enige periode in de moderne geschiedenis van het eiland zonder gevangenis. Het hele verhaal, van 1488 tot het museum, lees je in onze geschiedenis van Robbeneiland.
Hoe de gevangenis werd gebouwd en ingedeeld
De Ou Tronk, de oude gevangenis
Voordat de stenen gevangenis er stond, zaten de gevangenen in de Ou Tronk, de "oude tronk". Het begon als vijf lange houten barakken uit de Tweede Wereldoorlog, met een keuken en wasruimtes, waar zowel gewone als politieke gevangenen zaten. In de jaren zestig kwamen er als tijdelijk onderkomen acht gepleisterde bakstenen gebouwen bij. De mannen die er zaten, braken, groeven en hakten de steen waarmee de definitieve gevangenis werd gebouwd.
Ernaast stond de Zink Tronk, een groot rechthoekig gebouw van golfplaat uit de jaren zestig, met gemeenschappelijke cellen, een bibliotheek, wasruimtes en een ziekenboeg rond een binnenplaats, en op elke hoek een wachtpost. Later is het gesloopt.
De zwaarbeveiligde gevangenis
De Maximum Security Prison verrees begin jaren zestig, ten westen van Murray's Bay Harbour. Politieke en gewone gevangenen bouwden haar met steen en steenslag uit twee groeven van het eiland, de Jan van Riebeeck Quarry en de Bluestone Quarry.
Het ontwerp was eenvoudig en meedogenloos. Vier H-vormige blokken huisvestten de algemene secties, met gemeenschappelijke cellen voor 52 gevangenen elk. Een U-vormig isolatieblok telde ongeveer 90 eenpersoonscellen. Daaromheen lagen een ziekenhuis, de administratie, een keuken en een eetzaal, plus vijf wachttorens, een dubbel hek van vijf meter hoog en drie meter hoge muren tussen de binnenplaatsen.
- 4Algemene secties, cellen voor 52 man
- ca. 90Eenpersoonscellen in het isolatieblok
- 5Wachttorens
- 5 mHoogte van het dubbele hek
De secties A, B en C, en de algemene secties
De gevangenis bestond uit twee werelden. De meeste politieke gevangenen zaten in de algemene secties, de H-vormige blokken met gemeenschappelijke cellen, die letters als F en G droegen. Een kleinere groep zat in het isolatieblok, in eenpersoonscellen. Halverwege de jaren zeventig werd dat blok in drie secties verdeeld.

Een stenen wachttoren naast het hek van de gevangenis
Sectie A
In sectie A zaten jonge gevangenen van de Black Consciousness Movement en van Umkhonto we Sizwe (MK), de gewapende tak van het ANC.
Sectie B, de Leadership Section
Sectie B, de oostvleugel, stond bekend als de Leadership Section. Hier zaten de leiders van de bevrijdingsbewegingen in eenpersoonscellen, van 1964 tot 1982 ook Nelson Mandela. De eerste versie van zijn autobiografie, De lange weg naar de vrijheid, lag verstopt in de tuin van sectie B. In deze sectie eindigt de rondleiding van het museum. Over de achttien jaar die Mandela in deze vleugel doorbracht, gaat een aparte pagina: Nelson Mandela op Robbeneiland.
Sectie C, "Khulukuthu"
Sectie C was de strafafdeling. De gevangenen noemden haar Khulukuthu. Wie in eenzame opsluiting moest of voor straf op een karig rantsoen werd gezet, kwam hier terecht.

De binnenplaats van sectie B, waar de leiders van de bevrijdingsbewegingen zaten
Het dagelijks leven: werk, studie en nieuws
Dwangarbeid in de steengroeven
De politieke gevangenen werkten in de steengroeven van het eiland. Vanaf 1963 moesten de gevangenen van de algemene secties naar de kalksteengroeve, de Lime Quarry, landinwaarts van Murray's Bay Harbour. Later namen de leiders van sectie B hun plaats in en gingen de algemene secties naar de Bluestone Quarry. Met de kalk werden vooral de wegen van het eiland opnieuw verhard. De kalksteengroeve ligt op de route van de tourbus.
Ook de weg naar het werk diende om de mannen in het gareel te houden. Het belangrijkste pad van de gevangenis naar de Bluestone Quarry was een smalle doorgang, aan de zijkanten en van boven met gaas afgesloten, met aan weerszijden waakhonden; stompen van de palen zijn nog te zien. Bij de Bluestone Quarry legden de gevangenen ook een dijk aan van steen, gruis en zand om de zee buiten te houden, waarin een storm in 2001 een bres sloeg. Halverwege de jaren zeventig kwam er een eind aan de zware arbeid, en de oude gebouwen van de Ou Tronk werden werkplaatsen waar gevangenen een opleiding kregen als bouwvakker, loodgieter of timmerman.
Studie als verzet
De gevangenen gaven elkaar les, in vaste cursussen en informeel. Hun alfabetiseringscampagne moest ervoor zorgen dat geen man het eiland zou verlaten zonder te kunnen lezen en schrijven, en volgens het museum was het analfabetisme onder de gevangenen na vier jaar verdwenen. In 1973 stapten twee gevangenen, Sonny Venkatrathnam en Kader Hassim, naar de rechter: studie en ontspanning waren rechten, geen gunsten. Ze kregen gelijk.
Sommige boeken bevatten meer dan hun titel deed vermoeden. Sonny Venkatrathnam had een uitgave van het verzameld werk van Shakespeare vermomd als hindoeïstisch gebedenboek, en het exemplaar ging in de gevangenis van hand tot hand. Lessen in biologie, geschiedenis en andere vakken werden zelfs in de steengroeven gegeven, terwijl de mannen aan het werk waren.
Tuinen, voetbal en tennis
Na lang aandringen mochten de gevangenen op een aantal binnenplaatsen tuinen aanleggen, onder meer bij het isolatieblok, in sectie D en bij het gevangenisziekenhuis. Op de binnenplaats van het ziekenhuis groeit nog altijd een wijnstok. Na verloop van tijd kwamen er ook vier voetbalvelden en zes tennisbanen, waarvan twee aangelegd door gevangenen uit de secties A en B. Het voetbal organiseerden de gevangenen zelf, in hun eigen Makana Football Association.
Nieuws van buiten
Nieuws van buiten was voor politieke gevangenen verboden. Ze verzamelden het in het geheim en verspreidden het door de gevangenis. Het museum rekent dat netwerk tot hun vormen van verzet, naast hongerstakingen, petities, politieke discussies en ondergrondse partijstructuren.
Het weinige dat er was, delen
In de eenpersoonscellen deelden de niet-Afrikaanse gevangenen, die meer en beter eten kregen, hun rantsoen eerlijk met iedereen, tegen de uitdrukkelijke regels van de gevangenis in. Daarnaast hielden de gevangenen een spaarpot bij, de "Kolgos box", waarmee ze eten en toiletspullen verzamelden voor de mannen die het minst hadden.
De gevangenen bouwden zelf de muren die hen opsloten.
Hoe was het leven in de gevangenis? Eten, kleding, brieven en bezoek
De regels waren bedoeld om te vernederen, niet alleen om op te sluiten, en zelfs binnen de muren golden de rassencategorieën van de apartheid.
Eten naar huidskleur
Het eten was karig en slecht, en hoeveel je kreeg, hing af van je huidskleur. Volgens het museum kregen witte gevangenen per dag 4 ounce (ruim 110 gram) maïsmeel of maïsrijst en 7 ounce vlees of vis. Kleurlingen en Indiase gevangenen kregen 14 ounce maïsmeel of rijst per dag en vier keer per week 6 ounce vlees of vis. Afrikaanse gevangenen kregen 12 ounce maïsmeel of rijst per dag en vier keer per week maar 5 ounce vlees of vis. Bewakers straften gevangenen vaak door hun maaltijdbonnen af te pakken: dan bleef je die dag met honger zitten.
Kleding en bedden
Veel kleding kregen de mannen niet. Afrikaanse gevangenen kregen een korte broek, en ondergoed kreeg geen enkele gevangene. Bedden waren er niet: tot 1979 sliepen de mannen op dunne matjes op de cementvloer. Elke dag moesten ze zich uitkleden en rondspringen om te laten zien dat ze niets verborgen. De bewakers noemden die fouillering de "tauza".
Brieven en bezoek
Brieven werden gecensureerd: woorden werden zwartgemaakt of eruit geknipt. Het bezoek vond plaats in het bezoekerscentrum bij de haven, zonder lichamelijk contact: de gevangene zat aan de ene kant van een dikke glazen wand, de bezoeker aan de andere, en ze praatten via een intercom. Vanaf 1975 mochten alleen naaste familieleden nog komen. Pas vanaf 1983 kregen gevangenen van categorie A bezoek met contact, in kleine kamers in hetzelfde centrum.
Studeren onder voorwaarden
Toen openlijke mishandeling niet langer werd getolereerd, zochten de autoriteiten het in andere vormen van druk: ze onderbraken de studie, censureerden brieven en bezoek en hielden kranten tegen. In 1969 werd elke studie boven bachelorniveau verboden, en geschiedenis, rechten en politicologie mochten de gevangenen zelfs als bachelorvak niet meer kiezen.
Straf en isolement
Straf betekende sectie C: eenzame opsluiting en een karig rantsoen. Een andere straf was de Landbou, een zanderig terrein ten zuidwesten van de gevangenis bij de kalksteengroeve, waar de mannen volgeladen kruiwagens doelloos door het mulle zand moesten duwen terwijl de bewakers op hen insloegen. Onder kolonel Badenhorst, commandant van 1970 tot 1972, werden de omstandigheden weer slechter.
Het zwaarste isolement lag niet eens in de gevangenis. Robert Sobukwe, oprichter van het Pan Africanist Congress, zat van 1963 tot 1969 in een klein huis buiten de celblokken, een voormalig gebouw uit de Tweede Wereldoorlog. Hij mocht met niemand praten, zelfs niet met de bewakers, en zijn detentie werd elk jaar verlengd met een speciale wetsbepaling die bekend werd als de Sobukwe Clause. Zijn huis ligt op de route van de tourbus.
Hoe de omstandigheden veranderden
De omstandigheden veranderden wel, maar alleen omdat de gevangenen het afdwongen. Tussen 1962 en 1966 was de mishandeling op haar ergst en was er geen enkele vorm van sport of ontspanning; in 1966 gingen zo'n duizend gevangenen in hongerstaking, en daarna werd het langzaam beter. De rechtszaak die Venkatrathnam en Hassim in 1973 wonnen, en waarin ze ook eenzame opsluiting zonder hoorzitting en het willekeurig inhouden van maaltijden aanvochten, verschoof de machtsverhouding tussen gevangenen en bewakers. Het museum vat het resultaat zo samen: de behandeling werd geleidelijk menselijker, met het recht om te studeren, tuinen, sport en uiteindelijk bedden.


Bekende gevangenen van Robbeneiland
De lijst van mannen die op Robbeneiland vastzaten, leest als de geschiedenis van het moderne Zuid-Afrika. Drie van hen werden later president, en veel meer werden minister, premier van een provincie of rechter: onze lijst van gevangenen van Robbeneiland die later aan de macht kwamen noemt ze één voor één.
Nelson MandelaGevangene 466/64, op het eiland 1964-1982
Walter SisuluVeroordeeld in het Rivoniaproces, op het eiland 1964-1982
Robert SobukweOprichter van het PAC, in isolement 1963-1969
Jacob ZumaOp het eiland 1963-1973, president 2009-2018
Kgalema MotlantheOp het eiland 1977-1987, president 2008-2009
Herman Toivo ja ToivoSWAPO-leider, vrijgelaten op 29 februari 1984
Waar zat Nelson Mandela gevangen?
Hier, op Robbeneiland: achttien jaar lang, als gevangene 466/64. Mandela kwam aan op 13 juni 1964, de nacht nadat hij aan het eind van het Rivoniaproces tot levenslang was veroordeeld, en bleef tot 31 maart 1982, toen hij werd overgebracht naar de Pollsmoor-gevangenis op het vasteland: 18 van zijn 27 jaar gevangenschap. Zijn nummer, 466/64, betekende dat hij de 466e gevangene was die in 1964 aankwam, zoals de Nelson Mandela Foundation vertelt in haar verslag van zijn aankomst op het eiland. Hij was er al eens eerder geweest, in 1963, zo'n twee weken. Over zijn cel, de kalksteengroeve en de reünie van 1995 lees je meer in de gevangenschap van Nelson Mandela op Robbeneiland.
Walter Sisulu, Ahmed Kathrada en de veroordeelden van Rivonia
Zes mannen die samen met Mandela waren veroordeeld, kwamen met hem mee: Walter Sisulu, Ahmed Kathrada, Govan Mbeki, Raymond Mhlaba, Elias Motsoaledi en Andrew Mlangeni. De achtste veroordeelde, Denis Goldberg, was wit en ging daarom naar een gevangenis in Pretoria. Sisulu, Mhlaba en Mlangeni gingen in 1982 met Mandela mee naar Pollsmoor, Kathrada volgde in oktober.
Robert Sobukwe
De oprichter van het Pan Africanist Congress zat van 1963 tot 1969 alleen in een huis op het eiland en mocht met niemand praten. Zijn huis ligt op de route van de tourbus.
Jacob Zuma en Kgalema Motlanthe
Twee latere presidenten van Zuid-Afrika. Zuma zat tien jaar op het eiland, van december 1963 tot december 1973; Motlanthe ook tien, van juli 1977 tot april 1987. Motlanthe was president van 2008 tot 2009, Zuma van 2009 tot 2018.
Herman Toivo ja Toivo en de Namibische gevangenen
Op Robbeneiland zaten ook Namibiërs van SWAPO, de beweging die vocht tegen de Zuid-Afrikaanse bezetting van Namibië. De eerste groep, gearresteerd in 1968 en tot levenslang veroordeeld, kwam in de Zink Tronk terecht, een van de ongezondste gebouwen van het eiland, waar sommigen tuberculose opliepen. Hun leider, Toivo ja Toivo, zat met Mandela in sectie B; een foto van het museum uit 1977 laat de twee zij aan zij in de tuin zien, tijdens een zeldzaam persbezoek. Toivo kwam op 29 februari 1984 vrij, na 16 jaar van een straf van 20 jaar, en weigerde eerst zonder zijn kameraden te vertrekken. De andere Namibische gevangenen volgden in mei 1984.
Voor de apartheid: Autshumato, Tuan Guru, Makhanda en Maqoma
Tot de vroegere gevangenen van het eiland behoorden Autshumato, die de Nederlanders vanaf 1658 vasthielden; Tuan Guru, een prins uit Tidore die de eerste opperimam van de Kaap werd, van 1780 tot 1793 gevangen op het eiland, waar hij een boek over islamitisch recht schreef; de Xhosa-leider Makhanda, die er in 1819 heen werd gestuurd; en het Xhosa-opperhoofd Maqoma, die met zijn vrouw Katyi voor 21 jaar naar het eiland werd verbannen. Het museum rekent hen allemaal tot dezelfde lange geschiedenis van politieke gevangenschap.
Zet je de jaren die deze mannen op het eiland doorbrachten naast elkaar, dan zie je hoe lang een straf hier kon duren.
- Maqoma, Xhosa-opperhoofd21 jaar
- Nelson Mandela18 jaar (1964-1982)
- Tuan Guru13 jaar (1780-1793)
- Jacob Zuma10 jaar (1963-1973)
- Kgalema Motlanthe10 jaar (1977-1987)
- Robert Sobukwe6 jaar (1963-1969)
Bronnen: Robben Island Museum, Nelson Mandela Foundation, SA History Online. De twee weken die Mandela in 1963 op het eiland zat, zijn niet meegeteld.

Licht valt door de tralievensters van de gevangenis
De gevangenis van Robbeneiland in twaalf jaartallen
- 1615
Tien Engelse veroordeelden zijn de eerste gevangenen op het eiland.
- 1658
De Nederlanders zetten Autshumato vast, de eerste politieke gevangene.
- 1819
De Britten verbannen de Xhosa-leider Makhanda naar het eiland.
- 1961
Het apartheidsregime maakt van het eiland weer een gevangenis.
- 1964
Op 13 juni komen Nelson Mandela en de andere veroordeelden van Rivonia aan.
- 1966
Zo'n duizend gevangenen gaan in hongerstaking.
- 1979
Bedden vervangen de matjes waarop de gevangenen tot dan toe sliepen.
- 1982
Op 31 maart wordt Mandela overgebracht naar de Pollsmoor-gevangenis op het vasteland.
- 1984
De Namibische politieke gevangenen komen vrij.
- 1991
In mei verlaten de laatste politieke gevangenen Robbeneiland.
- 1996
De gevangenis voor gewone gedetineerden gaat dicht.
- 1997
Robbeneiland wordt een museum; in 1999 komt het op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Celblokken achter prikkeldraad: sinds 1996 zit hier niemand meer vast
Wanneer ging de gevangenis van Robbeneiland dicht?
In twee stappen. De laatste politieke gevangenen verlieten Robbeneiland in mei 1991, iets meer dan een jaar nadat Mandela op 11 februari 1990 uit de Victor Verster-gevangenis was vrijgelaten. De lichter beveiligde gevangenis voor gewone gedetineerden bleef open tot 1996.
In 1997 werd het eiland het Robben Island Museum en een nationaal monument. In 1999 zette UNESCO het op de Werelderfgoedlijst, als eerste plek die Zuid-Afrika had voorgedragen. Op de vraag die veel bezoekers stellen, is het antwoord dus nee: Robbeneiland is geen gevangenis meer, en sinds 1996 heeft er niemand meer vastgezeten.
De lichter beveiligde gevangenis
Die gevangenis was de tweede, minder bekende helft van het systeem: hier zaten mannen die voor gewone misdrijven waren veroordeeld, niet om hun politieke overtuiging. Ze bleef vijf jaar langer open dan de politieke gevangenis. Het gebouw, aan de noordrand van het dorp, stamt uit de Tweede Wereldoorlog en diende vanaf eind jaren zestig als gevangenis, achter drie meter hoge muren met prikkeldraad erop. Nu is het een leercentrum met een collegezaal, een atelier en overnachtingsplekken. De rondleiding van het museum gaat door de zwaarbeveiligde gevangenis, niet door dit gebouw.

Prikkeldraad en een wachttoren, met daarachter de koepel van de Moturu Kramat
De gevangenis nu bezoeken
Er is maar één manier om binnen te komen: de rondleiding van het Robben Island Museum. De boot vertrekt bij de Nelson Mandela Gateway op de V&A Waterfront en legt aan in Murray's Bay Harbour. Daar rijden bussen je over het eiland, langs de begraafplaats van de leprapatiënten, de kalksteengroeve, het huis van Robert Sobukwe en de Bluestone Quarry. Het laatste deel van de tour gaat te voet, door de zwaarbeveiligde gevangenis, en eindigt in sectie B met een blik in de cel van Mandela. Met de overtochten erbij duurt het hele bezoek zo'n 3,5 tot 4 uur. Hoe het bezoek stap voor stap verloopt, lees je in onze gids over de tour over Robbeneiland.
Hier, op het vasteland, in het Clock Tower Precinct van de Waterfront, begint je bezoek aan de gevangenis:
Nelson Mandela Gateway, vertrekpunt van de boot naar de gevangenis
Openen in Google MapsWie je rondleidt
In de gevangenis is de gids vaak een voormalige politieke gevangene, die je de cellen laat zien vanuit het perspectief van de man die er woonde. Niet elke groep krijgt zo iemand, want deze mannen zijn inmiddels op leeftijd.
Tickets en vertrektijden
Van 1 september tot en met 30 april vertrekken de boten om 9.00, 11.00, 13.00 en 15.00 uur, van 1 mei tot eind augustus om 9.00, 11.00 en 13.00 uur, als het weer het toelaat. Je kunt de boot met het bezoek aan de gevangenis via Tiqets boeken vanaf € 42,50, en binnen een paar minuten staat het ticket op je telefoon. Liggen je data nog niet vast, neem dan het flexibele ticket van € 65: dat kun je tot 24 uur van tevoren gratis annuleren of omboeken. De andere manieren om het eiland te bezoeken, van de tour met hoteltransfer tot hele dagen in Kaapstad, staan op onze pagina over tickets voor Robbeneiland, en de overtocht heeft een eigen gids: de boot naar Robbeneiland. Hoe Robbeneiland zich qua toegangsprijs verhoudt tot Alcatraz en andere gevangenissen, lees je in onze vergelijking van toegangsprijzen van gevangenismusea.
Omdat de tour een vast schema volgt, kun je vooraf uitrekenen hoe laat je weer op het vasteland bent:
Hoe laat ben ik terug op de Waterfront?
Kies je vertrektijd:
Kies een tijd, dan zie je wanneer je terug bent.
Schatting voor een bezoek van 3,5 tot 4 uur. Vertrektijden in het hoogseizoen, als het weer het toelaat.
Voordat je gaat
Neem je paspoort, identiteitskaart of rijbewijs mee: zonder kom je niet aan boord. Wees minstens 30 minuten voor vertrek bij de Gateway, want de poorten gaan 10 minuten voordat de boot vertrekt dicht. Foto's voor eigen gebruik mogen in de gevangenis, drones en statieven niet. Wil je weten welke instelling de gevangenis nu beheert en welke tours die nog meer aanbiedt, lees dan onze pagina over het Robben Island Museum.
Gevangenis van Robbeneiland: veelgestelde vragen
Is Robbeneiland nog steeds een gevangenis?
Nee. De laatste politieke gevangenen vertrokken in mei 1991 en de gevangenis voor gewone gedetineerden sloot in 1996. Sinds 1997 is het eiland een museum, sinds 1999 staat het op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
Wanneer is de gevangenis op Robbeneiland gebouwd?
Begin jaren zestig. Politieke en gewone gevangenen bouwden de zwaarbeveiligde gevangenis met steen uit de groeven van het eiland zelf. Tot ze klaar was, zaten de gevangenen in oudere gebouwen zoals de Ou Tronk, een groep houten barakken uit de Tweede Wereldoorlog.
Wie zaten er gevangen op Robbeneiland?
Tijdens de apartheid de mannen die ertegen vochten: Nelson Mandela, Walter Sisulu, Ahmed Kathrada, Govan Mbeki, Robert Sobukwe en de latere presidenten Jacob Zuma en Kgalema Motlanthe. Eeuwen eerder zaten er al de Khoikhoi-leider Autshumato, de Xhosa-leider Makhanda en islamitische geestelijken die uit Nederlands-Indië waren verbannen.
Waar ligt de gevangenis van Robbeneiland?
Op Robbeneiland in de Tafelbaai, zo'n 11 km van Kaapstad en net geen 7 km uit de kust bij Bloubergstrand. De gevangenis staat ten westen van Murray's Bay Harbour, waar de boot van het museum aanlegt.
Kun je de cel van Nelson Mandela zien?
Ja. De standaardtour eindigt in sectie B, waar je een blik werpt in de cel waarin Mandela van 1964 tot 1982 sliep. Het museum maakt het celnummer niet bekend, en de nummers in reisgidsen lopen dan ook uiteen.
Wie leidt de rondleiding door de gevangenis?
Vaak een voormalige politieke gevangene. Niet elke groep treft dat: de mannen die hier vastzaten zijn inmiddels op leeftijd, en sommige rondleidingen worden gegeven door medewerkers van het museum.
Hoe werden de gevangenen op Robbeneiland behandeld?
Hard. Ze deden dwangarbeid in de steengroeven, Afrikaanse gevangenen kregen minder eten en droegen een korte broek, ondergoed kreeg niemand, tot 1979 sliep iedereen op matjes op de grond en in sectie C wachtten eenzame opsluiting en een karig rantsoen. Het werd pas langzaam beter, na een massale hongerstaking in 1966 en na petities en rechtszaken van de gevangenen zelf.
Hoeveel politieke gevangenen zaten er op Robbeneiland?
De online tentoonstelling van het Robben Island Museum spreekt van meer dan 3.000 politieke gevangenen tussen 1961 en 1991. Ze kwamen uit allerlei bevrijdingsbewegingen, en na de opstand in Soweto van juni 1976 kwam er een nieuwe golf jonge gevangenen bij.
Mochten de gevangenen op Robbeneiland bezoek ontvangen?
Zelden, en zonder aanraking. Het bezoek vond plaats in het bezoekerscentrum bij de haven, achter een glazen wand en via een intercom, en vanaf 1975 mochten alleen naaste familieleden komen. Pas vanaf 1983 kregen gevangenen van categorie A bezoek waarbij ze elkaar mochten aanraken.
Hoe kwamen de gevangenen aan nieuws?
Nieuws was verboden, dus verzamelden ze het in het geheim en gaven het door van sectie naar sectie. Het museum rekent dat clandestiene nieuwsnetwerk tot de vormen van verzet in de gevangenis, net als hongerstakingen en politieke discussies.
Hoe boek ik een bezoek aan de gevangenis van Robbeneiland?
De gevangenis hoort bij de standaardtour, samen met de boot en de busrit over het eiland. Je kunt boot en rondleiding door de gevangenis via Tiqets boeken vanaf € 42,50; het flexibele ticket van € 65 annuleer je of verzet je tot 24 uur van tevoren gratis. Het ticket staat binnen een paar minuten op je telefoon.
Andrea SemonellaGeboren en getogen in Genua. Medeoprichter van Benicool, dat onafhankelijke gidsen uitgeeft over grote cultuurplekken. Hij is op alle continenten geweest en schrijft over hoe je die plekken bezoekt zonder tijd of geld te verspillen.
Portretten van de bekende gevangenen, uitgesneden en in zwart-wit: Mandela, Kingkongphoto & www.celebrity-photos.com, 1994, CC BY-SA 2.0, via Wikimedia Commons; Sisulu, Commonwealth of Learning, 1991, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons; Sobukwe, onbekende fotograaf, van voor 1960, publiek domein, via Wikimedia Commons; Zuma, Etienne Ansotte, 2012, CC BY 4.0, via Wikimedia Commons; Motlanthe, Jesse B. Awalt, 2009, publiek domein, via Wikimedia Commons; Toivo ja Toivo, Namibia Media Initiative, 2012, CC BY 3.0, via Wikimedia Commons.
Nelson Mandela op Robbeneiland
De tour over Robbeneiland
Geschiedenis van Robbeneiland