Naar de inhoud
robben island LIVEBoot vandaag
Tickets boekenTickets
Robbeneiland vanuit de lucht in de Tafelbaai, met de Tafelberg en Kaapstad op de achtergrond

De geschiedenis van Robbeneiland: vijf eeuwen op een klein eiland in de Tafelbaai

Andrea SemonellaDoor Andrea Semonella Bijgewerkt op 18 min. leestijd

In het kort

De geschiedenis van Robbeneiland loopt van de eerste vastgelegde landing in 1498 tot het museum van nu. Vanaf 1615 gebruikten eerst de Nederlanders en daarna de Britten het eiland om gevangenen te verbannen. Van 1845 tot 1931 lag er een leprakolonie, in de Tweede Wereldoorlog bewaakte het Kaapstad en van 1961 tot 1991 zaten er de politieke gevangenen van het apartheidsregime. In 1997 werd het een museum, in 1999 UNESCO-werelderfgoed.

Waarom Robbeneiland zo bekend is

Robbeneiland is een vlak, laag eiland in de Tafelbaai, net geen 7 km uit de kust bij Bloubergstrand en zo'n 11 km van Kaapstad. Het hoogste punt, Minto's Hill, ligt maar 24 meter boven zee. Vanaf de V&A Waterfront zie je het als een dunne streep aan de horizon. Hier ligt het op de kaart, met Kaapstad aan de overkant van de baai:

Robbeneiland in de Tafelbaai

Openen in Google Maps
De kaart van Google laadt pas als je klikt (Google kan cookies plaatsen).

De wereld kent het eiland om zijn gevangenis. Van 1961 tot 1991 hield het apartheidsregime hier de politieke gevangenen vast die het als de gevaarlijkste beschouwde. Nelson Mandela zat 18 van zijn 27 jaar gevangenschap op het eiland, en twee andere latere presidenten van Zuid-Afrika, Jacob Zuma en Kgalema Motlanthe, zaten er elk tien jaar. Welke oud-gevangenen later minister, premier van een provincie of rechter werden, staat in onze lijst van gevangenen van Robbeneiland.

Toch is de gevangenis maar het laatste hoofdstuk. Ruim drie eeuwen daarvoor was het eiland al de plek waar de machthebbers aan de Kaap de mensen heen stuurden die ze uit de weg wilden hebben: opstandelingen, bannelingen, veroordeelden en later de zieken. Juist die lange geschiedenis als plek van isolement maakt het eiland nu zo belangrijk voor Zuid-Afrika, en daarom zette UNESCO het op de lijst. Hoe lang het eiland elke rol vervulde, zie je in de grafiek.

Robbeneiland door de eeuwen: hoe lang elke rol duurde
  • Gevangenis en verbanningsoord, 1615 tot 1846231 jaar
  • Ziekenhuis en leprakolonie, 1845 tot 193186 jaar
  • Militair terrein, 1936 tot 196125 jaar
  • Apartheidsgevangenis voor politieke gevangenen, 1961 tot 199130 jaar
  • Robben Island Museum, sinds 199729 jaar tot nu toe

Bronnen: Robben Island Museum, UNESCO. Sommige periodes overlappen: de eerste leprapatiënten kwamen in 1845, een jaar voordat de oude gevangenis sloot, en de gevangenis voor gewone gedetineerden bleef open tot 1996.

Een verdronken berg

Geologisch gezien is het eiland de top van een berg onder water, via een onderzeese zadelrug verbonden met Blouberg op het vasteland. De gesteenten aan de basis zijn zo'n 800 tot 900 miljoen jaar geleden afgezet in een oude rivierdelta. Ongeveer 12.000 jaar geleden steeg de zee en ontstond de geul die het eiland van het vasteland scheidde. Stenen werktuigen die ten westen van de gevangenis zijn gevonden, laten zien dat er al mensen in de omgeving leefden lang voordat er een schip aankwam.

Waarom heet het Robbeneiland?

Naar de robben. De eerste zeelieden vernoemden het eiland naar de zeehonden die ze op de rotsen aantroffen. Tijdens de overtocht zie je in het water nog steeds Kaapse pelsrobben.

Robbeneiland en de Tafelberg aan de horizon, gezien vanaf het strand van Bloubergstrand

Robbeneiland en de Tafelberg gezien vanaf het strand van Bloubergstrand

Van Dias tot de VOC: 1488 tot 1806

Het Europese verhaal van het eiland begint meestal in 1488, toen Bartolomeu Dias als eerste Europeaan de Kaap rondde. Het Robben Island Museum is hier voorzichtig: het is niet duidelijk of Dias of zijn mannen ooit voet op het eiland zetten. De eerste vastgelegde landing volgde tien jaar later, in 1498, toen Portugese zeelieden er beschutting zochten in een grot en water dronken uit de bron van het eiland.

Voorraadschuur en postkantoor voor passerende schepen

Anderhalve eeuw lang was het eiland daarna een bevoorradingsplaats. In 1503 deden Antonio de Saldanha en zijn mannen zich te goed aan de pinguïns, zeehonden en schildpadden. In 1601 liet de Engelse kapitein James Lancaster zes schapen en twee rammen achter voor wie er na hem zou aanleggen ("for the relief of strangers that might come thither"), en Nederlandse en Engelse kapiteins volgden zijn voorbeeld. Zeelieden verstopten ook brieven op het eiland, die het volgende schip meenam: het werkte als een postkantoor.

De eerste Khoikhoi op het eiland kwamen er vrijwillig. In 1632 vroeg Autshumato, leider van de Strandlopers, de Khoikhoi die van het strand leefden, of hij er met zo'n 20 volgelingen heen gebracht kon worden: veilig voor rivaliserende groepen en met zeehonden en pinguïns om van te leven. Tot ongeveer 1640 verbleef hij er af en aan, en stak hij vuren aan als signaal voor schepen die brieven wilden afgeven of ophalen.

De eerste gevangenen

De eerste veroordeelden kwamen in 1615: tien Engelse gevangenen onder leiding van John Cross, die aan de Kaap waren achtergelaten, daar waren aangevallen en zelf vroegen om voor hun veiligheid naar het eiland te mogen. Toen Jan van Riebeeck in 1652 de VOC-post aan de Kaap stichtte, werd het eiland een boerderij en een steengroeve: in maart 1654 werden er vier of vijf man neergezet om voor schapen en een moestuin te zorgen, en in mei 1657 werden slaven en bannelingen erheen gestuurd om de witte steen te hakken. Een slavin die Eva heette, naar verluidt afkomstig van Madagaskar, werd die maand de eerste vrouw die er gevangen zat.

Op 10 juli 1658 was Autshumato terug, dit keer niet vrijwillig: de Nederlanders zetten hem met twee metgezellen, Jan Cou en Boubo, op het eiland om te voorkomen dat hij onrust stookte tussen de Khoikhoi en de nederzetting. Het museum ziet hen als de eerste politieke gevangenen van het eiland. Zijn nicht Krotoa, door de Nederlanders Eva genoemd en de belangrijkste tolk van de nederzetting, werd er in 1669 heen verbannen en stierf op het eiland in 1674.

Bannelingen uit Nederlands-Indië

Vanaf 1682 gebruikte de Verenigde Oost-Indische Compagnie het eiland voor leiders die zich in Azië tegen haar verzetten. De prins van Makassar was in november 1682 de eerste banneling uit Indië. In 1744 stuurden de rechtbanken van Batavia de eerste islamitische geestelijken, Said Aloeurie en Hadjee Mattaram, om er de rest van hun leven geketend door te brengen. De prins van Madura, in de jaren 1740 verbannen omdat hij het verzet tegen de Nederlandse expansie had geleid, stierf in 1754 op het eiland; zijn lichaam werd aan zijn zoon teruggegeven en ligt begraven in Jakarta. De Moturu Kramat met de groene koepel, die aan hem herinnert, staat ten westen van de gevangenis; volgens het museum is het huidige heiligdom in 1967 door gevangenen herbouwd.

De invloedrijkste van deze bannelingen was Tuan Guru, een prins uit Tidore, die er van 1780 tot 1793 vastzat. Op het eiland schreef hij een boek over islamitisch recht dat in de 19e eeuw het belangrijkste naslagwerk van de moslimgemeenschap aan de Kaap werd, en na zijn vrijlating werd hij de eerste opperimam van de Kaap.

Het eerste gevangenisregister van het eiland, uit 1728, noemt 42 gevangenen: 26 Europeanen en 16 "Indiaanen", zoals de Nederlanders alle niet-witte gevangenen noemden. In 1789 waren het er 134. Er staat geen enkel Nederlands gebouw meer in zijn geheel overeind, maar in de Jan van Riebeeck Quarry, in 1652 geopend voor de leisteen waarmee Kaapstad werd gebouwd, werkten tot 1963 dwangarbeiders, zo'n 300 jaar lang.

De Britse tijd: bannelingen, ontsnappingen en een vuurtoren

De Britten namen de Kaap in 1806 over en bleven het eiland als verbanningsoord gebruiken. Tussen 1806 en 1808 bouwden de Britten een nieuwe nederzetting aan de zuidpunt, waar het dorp nog altijd ligt; in 1833 stonden er een huis voor de commandant, kazernes, een bakkerij, een smidse, werkplaatsen en ruimte voor zo'n 200 gevangenen. Een paar jaar lang draaide er ook een walvisvaartstation, dat in 1820 dichtging.

De meeste politieke gevangenen uit deze periode waren Afrikaanse leiders die aan de grens tegen de koloniale expansie hadden gevochten: Khoikhoi, Xhosa en Korana. De Khoikhoi-leider David Stuurman ontsnapte al vier maanden na zijn aankomst, werd tien jaar later weer opgepakt en ontsnapte in 1820 opnieuw.

De bekendste gevangene uit deze tijd is Makhanda, ook Nxele of Makana genoemd, een Xhosa-oorlogsdokter en raadgever van opperhoofd Ndlambe, die in 1819 de aanval op Grahamstown leidde. Na de nederlaag gaf hij zich over en eind 1819 werd hij naar Robbeneiland gestuurd. Sommige verslagen spreken van een levenslange straf; de biografie van Makhanda op SA History Online merkt op dat hij nooit is berecht. In augustus 1820 probeerde hij te ontsnappen: de boot sloeg om bij Bloubergstrand en hij verdronk. Ook het Xhosa-opperhoofd Maqoma werd met zijn vrouw Katyi voor 21 jaar naar het eiland verbannen.

Ook de herkenningspunten van het eiland zijn Brits. De Garrison Church in het dorp werd in 1841 gebouwd door gevangenen. De vuurtoren op Minto's Hill werd in 1864 gebouwd, na de schipbreuk van de Forfarshire, een van de ruim 70 schipbreuken die rond het eiland zijn vastgelegd, en ging in 1865 voor het eerst aan. Hij doet het nog steeds en geeft elke zeven seconden een lichtflits. In 1892 werd een smalspoortram aangelegd van het botenhuis naar de opslagplaatsen, met wagentjes die door muildieren werden getrokken.

De vuurtoren op Minto's Hill boven de groene struiken van Robbeneiland
De vuurtoren op Minto's Hill, sinds 1865 in gebruik
Het verroeste wrak van een schip op de rotskust van Robbeneiland
Het verroeste wrak van een schip op de rotskust van het eiland

De leprakolonie van Robbeneiland, 1845 tot 1931

In 1844 stelde John Montagu, de koloniale secretaris, voor om de lepra- en armeninstellingen van de Kaap en de patiënten van het gesticht in Kaapstad naar het eiland te verhuizen, waar ze de gemeenschap minder zouden kosten. In 1846 sloot de oude gevangenis en werden de gebouwen een General Infirmary voor drie groepen: mensen met lepra, chronisch zieken en psychiatrische patiënten. De eerste mensen met lepra kwamen eind 1845 uit Hemel-en-Aarde, bij Caledon, in januari 1846 gevolgd door anderen uit Port Elizabeth. In mei 1847 waren er 194 patiënten: 72 chronisch zieken, 68 psychiatrische patiënten en 54 mensen met lepra. In de eerste jaren waren de leprapatiënten dus de kleinste groep.

Patiënten op Robbeneiland in mei 1847
  • Chronisch ziek72
  • Psychiatrisch patiënt68
  • Met lepra54

Bron: Robben Island Museum. Totaal: 194 patiënten.

De pagina van het museum over de eerste jaren van het ziekenhuis beschrijft het eerder als een plek van uitsluiting dan van genezing ("a place of exclusion"). Medische zorg en eten waren slecht, patiënten moesten een groot deel van de verpleging en de was zelf doen, en ze werden gescheiden naar ras, klasse en geslacht, tientallen jaren voordat segregatie in de ziekenhuizen op het vasteland officieel beleid werd. Het ziekenhuis voor chronisch zieken sloot in 1892, en in 1921 werden de psychiatrische patiënten van het eiland gehaald, zodat alleen de mensen met lepra overbleven.

De Leprosy Repression Act van 1891 maakte isolatie verplicht. Vanaf dat moment betekende een diagnose dat je bij wet naar het eiland werd gestuurd, en in 1892 was het de enige leprozerie van de Kaapkolonie. De patiënten lieten dat niet zomaar gebeuren: in 1892 dienden de mannen een petitie in tegen de wet, en in 1893 gingen de vrouwen in staking en weigerden ze hun zalen schoon te maken of hun was naar de wasserij te sturen.

De kolonie sloot in 1931, vanwege de kosten en omdat er op het vasteland nieuwe, naar ras gescheiden ziekenhuizen waren geopend. Volgens het Robben Island Museum gingen de laatste patiënten naar het Westfort Hospital in Pretoria; SA History Online zegt dat ze naar ziekenhuizen in de Kaapprovincie gingen. Van de ongeveer 170 gebouwen die er in 1931 op het eiland stonden, waren er zo'n 90 lepraverblijven, en uit angst voor besmetting werden de zalen gesloopt en verbrand.

De Church of the Good Shepherd

Dit kleine stenen kerkje is het enige gebouw dat van de leprakolonie over is. Het werd ontworpen door Sir Herbert Baker en in 1895 door de patiënten zelf gebouwd. Het was alleen bedoeld voor mannen en had geen kerkbanken. In 1931 werd het verlaten, in 1942 opnieuw ingewijd als marinekerk en in 2001 gerestaureerd; het wordt nog gebruikt voor bijzondere diensten.

De begraafplaats van de leprapatiënten

Ten noorden van de kerk loopt de begraafplaats van de leprapatiënten door tot bijna tegen de muren van de zwaarbeveiligde gevangenis: toen in de jaren zestig de sleuven voor de gevangenis werden gegraven, kwamen er menselijke botten tevoorschijn. Het is een van de eerste stops van de bustour over het eiland, en voor veel bezoekers het moment waarop ze beseffen dat de geschiedenis van het eiland niet in 1961 begon.

Niet iedereen die hier begraven ligt, was patiënt. Onder Minto's Hill ligt de Irish Cemetery, tot 1923 in gebruik voor personeel en bewoners: na de Ierse aardappelhongersnood vestigden zich hier zoveel Ieren, die in het ziekenhuis en in het dorp werkten, dat het eiland de bijnaam "Irish Town" kreeg.

De stenen Church of the Good Shepherd, in 1895 gebouwd door leprapatiënten
De Church of the Good Shepherd, in 1895 gebouwd door mensen met lepra
Grafstenen achter het bord van de leprabegraafplaats op Robbeneiland
Grafstenen achter het bord van de begraafplaats van de leprapatiënten

De Tweede Wereldoorlog: kanonnen boven de Tafelbaai

Van 1931 tot 1960 was het eiland geen gevangenis, de enige keer in zijn moderne geschiedenis dat dat zo was. Een Government Gazette van 22 mei 1936 bestemde het voor militaire doeleinden, en van 1939 tot 1945 maakte het deel uit van de kustverdediging van de Unie van Zuid-Afrika.

De eerste geschutsopstelling was in april 1940 klaar: het 6-inchkanon van de Cornelia Battery, gericht op de vaargeul richting Blouberg. Daarna volgde de De Waal Battery, met 9,2-inchkanonnen die tussen november 1940 en juli 1941 werden geplaatst. Eromheen kwamen ondergrondse bunkers en een vliegveld met twee landingsbanen van 700 meter, aangelegd tussen 1940 en 1942. Vanaf juni 1941 beschermde een demagnetiseringsstation bij de haven schepen tegen Duitse magnetische mijnen: de marineploegen zouden tijdens de oorlog 4.451 schepen hebben behandeld. Ook de eerste grote werken aan Murray's Bay Harbour, waar de boot nu aanlegt, stammen uit de oorlog.

Het eiland was ook een oefenterrein. Op de artillerieschool werden meer dan 400 vrouwen opgeleid, en zo'n 2.000 mannen van het Cape Corps kregen er een opleiding als kanonnier, uit het zicht van het publiek, want volgens de officiële lijn mochten zwarte mannen geen wapens krijgen. De kanonnen hebben nooit op een vijandelijk schip gevuurd.

De bunkers staan er nog, en de bustour komt erlangs. Een van de oorlogsgebouwen kreeg later een duistere bestemming: in een voormalig gebouw van de militaire hygiënedienst werd Robert Sobukwe in volledige afzondering vastgehouden. Op 24 maart 1961 nam het gevangeniswezen het eiland over van het leger.

Genoemd naar de robben, beroemd om de mannen die er vastzaten.

Robbeneiland tijdens de apartheid, 1961 tot 1996

In 1961 maakte het apartheidsregime van het eiland weer een gevangenis, of eigenlijk twee: een zwaarbeveiligde voor politieke gevangenen en een lichter beveiligde voor gewone gedetineerden. De zwaarbeveiligde gevangenis moesten de gevangenen zelf bouwen, met steen uit de groeven van het eiland.

De leiders van de bevrijdingsbewegingen zaten in sectie B van het isolatieblok. Nelson Mandela kwam op 13 juni 1964 aan, na het Rivoniaproces, met Walter Sisulu, Ahmed Kathrada en de andere veroordeelden van Rivonia. Hij bleef tot 31 maart 1982. De gevangenen van sectie B werkten in de kalksteengroeve, de Lime Quarry, en de eerste versie van zijn autobiografie, De lange weg naar de vrijheid, lag verstopt in de tuin van sectie B.

Robert Sobukwe, leider van het Pan Africanist Congress, werd van hen allemaal gescheiden gehouden: van 1963 tot 1969 woonde hij alleen in een huis buiten de gevangenis en mocht hij met niemand praten. Zijn detentie werd elk jaar verlengd met een bepaling die bekend werd als de Sobukwe Clause.

In de eerste jaren waren de omstandigheden meedogenloos: dwangarbeid in de groeven, eten op rantsoen naar ras, een korte broek voor Afrikaanse gevangenen, gecensureerde brieven en bezoek achter glas. Pas nadat zo'n duizend gevangenen in 1966 in hongerstaking gingen, werd het geleidelijk beter. Na de opstand in Soweto van juni 1976 kwam er een nieuwe golf jonge, geradicaliseerde gevangenen. Namibische gevangenen van SWAPO, die vochten tegen de Zuid-Afrikaanse bezetting van hun land, zaten van 1968 tot hun vrijlating in 1984 op het eiland.

De laatste politieke gevangenen vertrokken in mei 1991. De gevangenis voor gewone gedetineerden sloot in 1996. In 1982 publiceerde Indres Naidoo Island in Chains, de eerste memoires over het leven in de gevangenis.

Wil je het hele verhaal van de cellen, de secties en de dagelijkse gang van zaken, lees dan onze gids over de gevangenis van Robbeneiland. Over de achttien jaar van Mandela, van zijn gevangenennummer tot zijn cel, gaat Nelson Mandela op Robbeneiland.

Prikkeldraad en een wachttoren rond de gevangenis, met de groene koepel van de Moturu Kramat erachter

Prikkeldraad en een wachttoren, met daarachter de koepel van de Moturu Kramat

Museum in 1997, UNESCO in 1999

In 1995, vier jaar nadat de laatste politieke gevangenen waren vertrokken, keerden oud-gevangenen onder leiding van Mandela terug naar het eiland voor een reünie. Bij de ingang van de kalksteengroeve stapelden ze een hoop stenen op, de isisivane, ter herinnering aan hun leven en hun dwangarbeid in de gevangenis. Die ligt er nog.

In 1997 werd het eiland een nationaal monument en het Robben Island Museum, dat het sindsdien beheert. Twee jaar later, in december 1999, tijdens de 23e zitting van het Werelderfgoedcomité, schreef UNESCO het in op de Werelderfgoedlijst, als nummer 916. Het was de eerste plek die Zuid-Afrika had voorgedragen.

Waarom staat Robbeneiland op de Werelderfgoedlijst?

UNESCO nam het op onder twee culturele criteria, (iii) en (vi), en het besluit van het Werelderfgoedcomité licht ze allebei toe. Onder criterium (iii) getuigen de gebouwen van het eiland welsprekend van zijn sombere geschiedenis ("bear eloquent witness to its sombre history"). Onder criterium (vi) staan Robbeneiland en zijn gevangenisgebouwen symbool voor de overwinning van de menselijke geest, van vrijheid en van democratie op onderdrukking ("symbolize the triumph of the human spirit, of freedom, and of democracy over oppression"). Concreet kwam het eiland om twee redenen in aanmerking. De gebouwen vertellen op één plek meer dan drie eeuwen verbanning, isolement en gevangenschap. En geen andere plek is zo nauw verbonden met de strijd tegen de apartheid en met de mensen die er een eind aan maakten.

Dat verklaart ook waarom het eiland zo zorgvuldig wordt beschermd: niet als ruïne, maar als getuigenis. Een groot deel van die getuigenis is persoonlijk, want vaak leiden voormalige politieke gevangenen de bezoekers door de gevangenis.

Robbeneiland nu

Het eiland is nu tegelijk een museum, een toevluchtsoord voor dieren en een klein dorp. In de Village Precinct bij de haven liggen een clubhuis, een zwembad, een speeltuin en het oude Governor's House; het Guest House uit 1895, ooit de woning van de Commissioner, wordt nu gebruikt voor congressen. De school uit 1894 is gesloten.

Bezoekers komen alleen met de boten van het museum vanaf de Nelson Mandela Gateway op de V&A Waterfront, en leggen aan in Murray's Bay Harbour. Op eigen houtje rondlopen kan niet: je ziet het eiland tijdens een bustour met gids en loopt daarna door de gevangenis. Het hele bezoek duurt met de overtochten erbij zo'n 3,5 tot 4 uur, en je kunt de boot en de rondleiding van het museum via Tiqets boeken. Op onze pagina over de tour over Robbeneiland lees je wat er stop voor stop gebeurt.

Ook de natuur is teruggekomen. Sinds de jaren tachtig broeden er weer zwartvoetpinguïns, naast zeevogels en kleine antilopen. Daarover lees je meer in onze gids over pinguïns en natuur op Robbeneiland.

De geschiedenis van Robbeneiland in jaartallen

  1. 1488

    Bartolomeu Dias rondt de Kaap; de eerste vastgelegde landing op het eiland volgt in 1498.

  2. 1615

    Tien Engelse veroordeelden worden de eerste gevangenen van het eiland.

  3. 1652

    Jan van Riebeeck sticht de VOC-post aan de Kaap.

  4. 1658

    Autshumato en twee metgezellen worden de eerste politieke gevangenen.

  5. 1682

    De eerste banneling uit Nederlands-Indië, de prins van Makassar, komt aan.

  6. 1754

    De prins van Madura sterft op het eiland; de Moturu Kramat herinnert aan hem.

  7. 1806

    De Britten nemen de Kaap over en houden het eiland als verbanningsoord.

  8. 1819

    Makhanda wordt naar het eiland gestuurd; in 1820 verdrinkt hij bij een ontsnappingspoging.

  9. 1845

    De eerste mensen met lepra komen uit Hemel-en-Aarde.

  10. 1865

    De vuurtoren op Minto's Hill gaat voor het eerst aan.

  11. 1891

    De Leprosy Repression Act maakt isolatie verplicht.

  12. 1895

    Leprapatiënten bouwen de Church of the Good Shepherd.

  13. 1931

    De leprakolonie sluit; tot 1961 is het eiland geen gevangenis meer.

  14. 1939-1945

    Geschutsbatterijen maken het eiland deel van de kustverdediging van Kaapstad.

  15. 1961

    Op 24 maart neemt het gevangeniswezen het eiland over.

  16. 1964

    Nelson Mandela komt op 13 juni aan; hij blijft tot 31 maart 1982.

  17. 1966

    Zo'n duizend gevangenen gaan in hongerstaking.

  18. 1991

    In mei vertrekken de laatste politieke gevangenen.

  19. 1996

    De gevangenis voor gewone gedetineerden gaat dicht.

  20. 1997

    Het eiland wordt een nationaal monument en het Robben Island Museum.

  21. 1999

    UNESCO zet Robbeneiland op de Werelderfgoedlijst.

  • 1615Eerste gevangenen op het eiland
  • 70+Vastgelegde schipbreuken rond het eiland
  • 20Steengroeven op het eiland
  • 24 mHoogste punt, Minto's Hill

Robbeneiland in feiten

Een paar feiten die tijdens de tour zelden aan bod komen.

  • Oppervlakte: ongeveer 5 vierkante kilometer, een ovaal van zo'n 3,3 km lang en 1,9 km breed. De bronnen geven voor de oppervlakte iets verschillende cijfers.
  • Hoogte: het hele eiland is vlak. Minto's Hill, het hoogste punt, ligt 24 meter boven zeeniveau.
  • Weer: volgens het museum waait het er harder en zijn de temperatuurverschillen groter dan in Kaapstad.
  • Drie presidenten: Nelson Mandela, Kgalema Motlanthe en Jacob Zuma zaten alle drie gevangen op het eiland.
  • De steenhoop: de isisivane bij de kalksteengroeve werd steen voor steen opgestapeld door oud-gevangenen tijdens hun reünie in 1995.
  • Vogels: op het eiland zijn zo'n 132 vogelsoorten waargenomen.
  • Schipbreuken: de eerste vastgelegde schipbreuk was in 1611. De ertscarrier Daeyang Family liep in 1986 op het rif, en een trawler en een bergingsschip die in 1998 aan de grond liepen, zijn nog altijd op de kust te zien.
  • Steengroeven: het register van het eiland telt 20 groeven, maar alleen van de drie grootste, Jan van Riebeeck, Bluestone en de kalksteengroeve, is de geschiedenis bekend.

Wil je deze plekken zelf zien, boek dan de boot en de rondleiding door de gevangenis via Tiqets, vanaf € 42,50, of neem het flexibele ticket van € 65, dat je tot 24 uur van tevoren gratis kunt annuleren. De andere mogelijkheden en hun prijzen staan op onze pagina over tickets voor Robbeneiland.

Geschiedenis van Robbeneiland: veelgestelde vragen

Wat is de geschiedenis van Robbeneiland in het kort?

Na de eerste vastgelegde landing in 1498 gebruikten passerende schepen het eiland om voorraden in te slaan. Vanaf 1615 stuurden de Nederlanders, en later de Britten, er veroordeelden, opstandelingen en bannelingen heen; van 1845 tot 1931 was het een leprakolonie; in de Tweede Wereldoorlog stond er geschut ter verdediging van Kaapstad; van 1961 tot 1991 zaten er de politieke gevangenen van de apartheid. Sinds 1997 is het een museum.

Waarom is Robbeneiland zo bekend?

Omdat Nelson Mandela er 18 van zijn 27 jaar gevangenschap doorbracht, samen met veel van de leiders die tegen de apartheid vochten. Ook twee andere latere presidenten, Jacob Zuma en Kgalema Motlanthe, zaten op het eiland vast.

Waarom heet het Robbeneiland?

Naar de robben die de eerste zeelieden op de rotsen en stranden van het eiland aantroffen. Robbeneiland is de Nederlandse naam; het Engels maakte er Robben Island van.

Wanneer werd Robbeneiland werelderfgoed?

In december 1999, tijdens de 23e zitting van het Werelderfgoedcomité, op grond van de criteria (iii) en (vi). Het was de eerste plek die Zuid-Afrika voor de lijst voordroeg, twee jaar nadat het eiland een museum was geworden.

Was Robbeneiland een leprakolonie?

Ja. Vanaf 1845 werden mensen met lepra naar het eiland gestuurd, samen met armen en psychiatrische patiënten. De Leprosy Repression Act van 1891 maakte isolatie verplicht, en in 1931 ging de kolonie dicht. De Church of the Good Shepherd en de begraafplaats van de leprapatiënten zijn wat er nog van over is.

Wat gebeurde er met de leprapatiënten toen de kolonie sloot?

In 1931 werden de laatste patiënten van het eiland gehaald en werden de zalen gesloopt en verbrand. Volgens het Robben Island Museum gingen de patiënten naar het Westfort Hospital in Pretoria, terwijl SA History Online schrijft dat ze naar ziekenhuizen in de Kaapprovincie gingen: de bronnen zijn het dus niet helemaal eens.

Wie was de eerste gevangene op Robbeneiland?

Volgens het Robben Island Museum waren de eerste gevangenen tien Engelse veroordeelden, die er in 1615 heen werden gestuurd. De eerste politieke gevangenen waren de Khoikhoi-leider Autshumato en twee metgezellen, Jan Cou en Boubo, die de Nederlanders op 10 juli 1658 op het eiland zetten.

Waarom is Robbeneiland zo belangrijk voor Zuid-Afrika?

Omdat het bijna vier eeuwen lang de plek was waar de machthebbers de mensen heen stuurden die zich tegen hen verzetten, van Khoikhoi- en Xhosa-leiders tot de mannen die tegen de apartheid vochten. Volgens UNESCO staan de gevangenisgebouwen symbool voor de overwinning van de menselijke geest, van vrijheid en democratie op onderdrukking.

Woont er nu nog iemand op Robbeneiland?

Ja, in het dorp bij de haven woont een kleine gemeenschap, met een eigen clubhuis, zwembad en speeltuin. Het museum maakt geen officieel aantal inwoners bekend.

Hoe kan ik Robbeneiland bezoeken?

Alleen met de rondleiding van het museum: met de boot vanaf de Nelson Mandela Gateway op de V&A Waterfront, een busrit over het eiland en een rondgang door de gevangenis. Je kunt de tour via Tiqets boeken vanaf € 42,50.

Andrea Semonella

Andrea SemonellaGeboren en getogen in Genua. Medeoprichter van Benicool, dat onafhankelijke gidsen uitgeeft over grote cultuurplekken. Hij is op alle continenten geweest en schrijft over hoe je die plekken bezoekt zonder tijd of geld te verspillen.

Lees verder

Vijf eeuwen geschiedenis, te zien in één ochtend

Bekijk beschikbare dagen op Tiqets